Leerlingen in gymzaal
Jaarverslag 2025

Toelichting op de jaarrekening

Algemene toelichting


Stichting Dunamare Onderwijsgroep, statutair gevestigd aan de Diakenhuisweg 5 te Haarlem (KVK 34277470), is een stichting met de status van onderwijsinstelling. Dunamare heeft conform artikel 4.1 van de statuten tot doel: ‘het in stand houden van openbare en bijzondere scholen voor voortgezet onderwijs’.

Het bestuursnummer van Dunamare is 41664. De hierin meegenomen BRIN-nummers zijn 01KL, 02KM, 02YH, 13JF, 15NE, 16PJ, 18EC, 19EQ, 19TI, 20EK, 20RC, 20RF, 25FU, 26JE en 32JU.


Verslaggevingsperiode

Deze jaarrekening heeft betrekking op het boekjaar 2025, dat is geëindigd op balansdatum 31 december 2025.

Leerlingen in techniekles

Algemene grondslagen voor de opstelling van de jaarrekening


Toegepaste grondslagen

De jaarrekening is opgesteld conform de richtlijnen van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs (RJO). Hierin is bepaald dat de bepalingen uit Titel 9 van Boek 2 BW en de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving (in het bijzonder RJ 400 ‘Bestuursverslag’ en 660 ‘Onderwijsinstellingen’) van toepassing zijn, met inachtneming van de in de RJO aangeduide uitzonderingen.

De grondslagen die worden toegepast voor de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling zijn gebaseerd op historische kosten, tenzij anders vermeld in de verdere grondslagen.


Continuïteit

Deze jaarrekening is opgesteld uitgaande van de continuïteitsveronderstelling. Er is geen sprake van materiële onzekerheid inzake de continuïteit.

Grondslagen voor waardering van activa en passiva en resultaatbepaling


Algemeen

De grondslagen die worden toegepast voor de waardering van activa en verplichtingen zijn gebaseerd op de historische kosten, tenzij anders vermeld.


Een actief wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen naar de stichting zullen toevloeien en de waarde daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld. Activa die hier niet aan voldoen, worden niet in de balans verwerkt, maar worden aangemerkt als niet in de balans opgenomen rechten.


Een verplichting wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de afwikkeling daarvan gepaard zal gaan met een uitstroom van middelen die economische voordelen in zich bergen en de omvang van het bedrag daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld. Onder verplichtingen worden mede voorzieningen begrepen. Verplichtingen die hier niet aan voldoen, worden niet in de balans opgenomen, maar worden verantwoord als niet in de balans opgenomen verplichtingen.


Een in de balans opgenomen actief of verplichting blijft op de balans opgenomen als een transactie niet leidt tot een belangrijke verandering in de economische realiteit met betrekking tot het actief of de verplichting. Dergelijke transacties geven evenmin aanleiding tot het verantwoorden van resultaten. Bij de beoordeling of er sprake is van een belangrijke verandering in de economische realiteit, wordt uitgegaan van de economische voordelen en risico’s die zich naar alle waarschijnlijkheid in de praktijk zullen voordoen, en niet van voordelen en risico’s waarvan redelijkerwijze niet te verwachten is dat zij zich zullen voordoen.


Een actief of verplichting wordt niet langer in de balans opgenomen indien een transactie ertoe leidt dat alle of nagenoeg alle rechten op economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico’s met betrekking tot het actief of de verplichting aan een derde zijn overgedragen. De resultaten van de transactie worden in dat geval direct in de staat van baten en lasten opgenomen, rekening houdend met eventuele voorzieningen die dienen te worden getroffen in samenhang met de transactie.


Baten worden in de staat van baten en lasten opgenomen wanneer een vermeerdering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermeerdering van een actief of een vermindering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld.


Lasten worden verwerkt wanneer een vermindering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermindering van een actief of een vermeerdering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld.

Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop ze betrekking hebben. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat reguliere onderwijstaken gelijkmatig over het schooljaar zijn verspreid.

Presentatie en functionele valuta


De jaarrekening wordt gepresenteerd in euro’s. De euro is tevens de functionele valuta van de instelling. Alle financiële informatie in euro’s is afgerond op het dichtstbijzijnde hele getal.



Schattingen


De opstelling van de jaarrekening vereist dat het management oordelen vormt en schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en verplichtingen, en van baten en lasten. De daadwerkelijke uitkomsten kunnen afwijken van deze schattingen. De schattingen (vooral post voorzieningen) en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend beoordeeld. Herzieningen van schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien en in toekomstige perioden waarvoor de herziening gevolgen heeft.


De volgende waarderingsgrondslagen zijn naar de mening van het bestuur het meest kritisch voor het weergeven van de financiële positie en vereisen schattingen en veronderstellingen:

  • inschattingen met betrekking tot de bepaling van personele voorzieningen, met name blijfkans van medewerkers, geschatte duur van uitkeringen, herstelkansen bij ziekte en indexatie;
  • vaststellen afschrijvingstermijnen van materiële vaste activa.


Voor effecten van eventuele schattingswijzigingen in het huidige boekjaar is dit opgenomen in de toelichting bij de betreffende jaarrekeningpost.


Financiële instrumenten


Financiële instrumenten omvatten investeringen in aandelen en obligaties, handels- en overige vorderingen, geldmiddelen, leningen en overige financieringsverplichtingen, afgeleide financiële instrumenten, handelsschulden en overige te betalen posten. In de jaarrekening zijn de volgende categorieën financiële instrumenten opgenomen: leningen en financieringsverplichtingen, handels- en overige vorderingen, handelsschulden en overige te betalen posten, en afgeleide financiële instrumenten.

Financiële activa en financiële verplichtingen worden in de balans opgenomen op het moment dat contractuele rechten of verplichtingen ten aanzien van dat instrument ontstaan.

Een financieel instrument wordt niet langer in de balans opgenomen indien een transactie ertoe leidt dat alle of nagenoeg alle rechten op economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico’s met betrekking tot de positie aan een derde zijn overgedragen.

Financiële instrumenten worden bij eerste opname verwerkt tegen reële waarde, waarbij (dis)agio en de direct toerekenbare transactiekosten in de eerste opname worden meegenomen. Indien echter financiële instrumenten bij de vervolgwaardering worden gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de staat van baten en lasten, worden direct toerekenbare transactiekosten direct verwerkt in de staat van baten en lasten. Na de eerste opname worden financiële instrumenten op de hierna beschreven manier gewaardeerd.

Er is geen sprake van in contracten besloten financiële instrumenten.

De vervolgwaardering van de financiële instrumenten zijn in het vervolg van deze grondslagen beschreven.


Vorderingen

Vorderingen en overlopende activa worden na eerste opname gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve rentemethode, verminderd met bijzondere waardeverminderingsverliezen. De effectieve rente en eventuele bijzondere waardeverminderingsverliezen worden direct in de winst-en-verliesrekening verwerkt. Aan- en verkopen van financiële activa die tot de categorie verstrekte leningen en overige vorderingen behoren, worden verantwoord op de transactiedatum.


Langlopende en kortlopende schulden

Langlopende en kortlopende schulden en overige financiële verplichtingen worden na eerste opname gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve-rentemethode. De effectieve rente wordt direct in de winst-en-verliesrekening verwerkt.

De aflossingsverplichtingen voor het komend jaar van de langlopende schulden worden opgenomen onder kortlopende schulden.

Overlopende passiva betreffen vooruit ontvangen bedragen (waaronder meerjarige (OCW-)subsidies met bestedingsverplichtingen) en nog te betalen bedragen ter zake van lasten die aan een verstreken periode zijn toegekend. Van (meerjarige) (OCW-)subsidies met bestedingsverplichtingen wordt het nog-niet-bestede gedeelte op deze post aangehouden op de balans. Vrijval ten gunste van de staat van baten en lasten geschiedt naar rato van de besteding. (Meerjarige) (OCW)-subsidies zonder bestedingsverplichting worden direct ten gunste van het resultaat gebracht in het jaar waarop de subsidie betrekking heeft, met uitzondering van subsidies voor een schooljaar die naar rato van het schooljaar worden besteed.


Bijzondere waardeverminderingen financiële activa

Financiële activa die niet individueel onderhevig zijn gebleken aan bijzondere waardevermindering worden collectief beoordeeld of deze onderhevig zijn aan bijzondere waardevermindering, dit door samenvoeging van vorderingen met vergelijkbare risicokenmerken. Bij de beoordeling van de collectieve waardevermindering gebruikt de stichting historische trends met betrekking tot de waarschijnlijkheid van het niet nakomen van betalingsverplichtingen. De uitkomsten worden bijgesteld als de leiding van de stichting van oordeel is dat de huidige economische en kredietomstandigheden zodanig zijn dat het waarschijnlijk is dat de daadwerkelijke verliezen hoger dan wel lager zullen zijn dan historische trends suggereren.

De boekwaarde van vorderingen wordt verminderd met de voorziening voor dubieuze debiteuren. Vorderingen die niet incasseerbaar zijn, worden afgeboekt van de voorziening. Andere toevoegingen en onttrekkingen aan de voorziening worden in de staat van baten en lasten verantwoord.


Saldering van financiële instrumenten

Een financieel actief en een financiële verplichting worden gesaldeerd als de stichting beschikt over een deugdelijk juridisch instrument om het financiële actief en de financiële verplichting gesaldeerd af te wikkelen en de stichting het stellige voornemen heeft om het saldo als zodanig netto of simultaan af te wikkelen.

Als sprake is van een overdracht van een financieel actief dat niet voor verwijdering uit de balans in aanmerking komt, worden het overgedragen actief en de daarmee samenhangende verplichting niet gesaldeerd.

Immateriële vaste activa


Immateriële vaste activa worden in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige voordelen die dat actief in zich bergt, zullen toekomen aan de entiteit en de kosten van dat actief betrouwbaar kunnen worden vastgesteld.

De immateriële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs onder aftrek van cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen.

De grondslagen voor de vaststelling en verwerking van bijzondere waardeverminderingen zijn opgenomen onder het kopje Bijzondere waardeverminderingen van vaste activa.


Ontwikkelingskosten

Onder de ontwikkelingskosten worden kosten geactiveerd van extern ontwikkelde software. De immateriële vaste activa zijn gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs onder aftrek van cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. De afschrijving vindt plaats volgens de lineaire methode op basis van de economische levensduur van 4 jaar.

Materiële vaste activa


Materiële vaste activa worden in de balans verwerkt indien het waarschijnlijk is dat de toekomstige prestatie-eenheden met betrekking tot dat actief zullen toekomen aan de entiteit en de kosten van het actief betrouwbaar kunnen worden vastgesteld

De materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing met bijzondere waardeverminderingen. De jaarlijkse afschrijvingen zijn gebaseerd op de geschatte gebruiksduur en worden berekend op basis van een vast percentage van de verkrijgingsprijs (lineaire methode), rekening houdend met eventuele restwaarde. Afschrijving vindt plaats vanaf het moment van ingebruikname en wordt beëindigd bij buitengebruikstelling of bij afstoting.

De aangewende investeringssubsidies worden in mindering gebracht op de boekwaarde van de materiële vaste activa.

Buiten gebruik gestelde activa worden gewaardeerd tegen boekwaarde of lagere opbrengstwaarde.


Gebouwen en terreinen

De schoolgebouwen zijn eigendom van de gemeentes, m.u.v. onze gebouwen in Harlingen. De geactiveerde bedragen onder ‘Gebouwen en terreinen’ betreffen derhalve investeringen in nieuwbouw en verbouwingen die hebben plaatsgevonden voor eigen rekening van de stichting. De volgende afschrijvingstermijnen worden hiervoor gehanteerd:

  • Nieuwbouw:    30 jaar (3,33%)
  • Verbouw:          20 jaar (5%)

Gedurende het jaar wordt getoetst of zich zodanige wijzigingen hebben voorgedaan in schattingen en veronderstellingen van activa dat een aanpassing van de gebruiksduur noodzakelijk is.

Vanwege de onbeperkte gebruiksduur wordt op terreinen niet afgeschreven.


Inventaris en apparatuur/andere vaste bedrijfsmiddelen

De afschrijvingstermijn wordt gebaseerd op de geschatte economische levensduur. Op grond hiervan zijn de volgende afschrijvingstermijnen vastgesteld:

  • ICT-middelen:                    4 jaar         (25%)
  • Apparatuur:                        7 jaar         (14%)
  • Inventaris:                         15 jaar         (6,67%)
  • Schepen:                     7 - 20 jaar         (5-14%)
  • Transportmiddelen:        7  jaar         (14%)


In uitvoering en vooruitbetalingen

De vooruitbetalingen in uitvoering worden opgenomen tegen vervaardigingskosten. Na afronding van de projecten worden de gelden van de overheid die ter financiering zijn ontvangen, op de investeringsuitgaven op het betreffende project in mindering gebracht. Op deze categorie wordt niet afgeschreven.


Vervreemding van vaste activa

Voor verkoop beschikbare vaste activa worden gewaardeerd tegen boekwaarde of lagere opbrengstwaarde.


Groot onderhoud

Kosten voor groot onderhoud worden geactiveerd onder de materiële vaste activa.
Voor het onderhoud zijn de volgende afschrijvingstermijnen vastgesteld:

  • Bouwkundige elementen                          20 jaar (5%)
  • Grote installaties                                         20 jaar (5%)
  • Kleine installaties                                        10 jaar (10%)
  • Binnenafwerking                                          15 jaar (6,67%)
  • Levensduurverlengend onderhoud       40 jaar (2,5%)
  • Onderhoud aan terrein                               20 jaar (5%)


Bijzondere waardeverminderingen van vaste activa


Voor materiële en immateriële vaste activa wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat deze activa onderhevig zijn aan bijzondere waardeverminderingen. Als dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief geschat. De realiseerbare waarde is de hoogste van de bedrijfswaarde en de opbrengstwaarde. Als het niet mogelijk is de realiseerbare waarde te schatten voor een individueel actief, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroomgenererende eenheid waartoe het actief behoort.

Wanneer de boekwaarde van een actief (of een kasstroomgenererende eenheid) hoger is dan de realiseerbare waarde, wordt een bijzonder waardeverminderingsverlies verantwoord voor het verschil tussen de boekwaarde en de realiseerbare waarde. Indien sprake is van een bijzonder waardeverminderingsverlies van een kasstroomgenererende eenheid, wordt het verlies allereerst toegerekend aan goodwill die is toegerekend aan de kasstroomgenererende eenheid. Een eventueel restantverlies wordt toegerekend aan de andere activa van de eenheid naar rato van hun boekwaarden.

Verder wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er enige indicatie is dat een in eerdere jaren verantwoord bijzonder waardeverminderingsverlies is verminderd. Als een dergelijke indicatie aanwezig is, wordt de realiseerbare waarde van het betreffende actief (of kasstroom-genererende eenheid) geschat.

Terugneming van een eerder verantwoord bijzonder waardeverminderingsverlies vindt alleen plaats als sprake is van een wijziging van de gehanteerde schattingen bij het bepalen van de realiseerbare waarde sinds de verantwoording van het laatste bijzonder waardeverminderingsverlies. In dat geval wordt de boekwaarde van het actief (of de kasstroom-genererende eenheid) opgehoogd tot de geschatte realiseerbare waarde, maar niet hoger dan de boekwaarde die bepaald zou zijn (na afschrijvingen) als in voorgaande jaren geen bijzonder waardeverminderingsverlies voor het actief (of de kasstroom-genererende eenheid) zou zijn verantwoord.

Liquide middelen


Liquide middelen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Indien liquide middelen niet ter vrije beschikking staan, wordt hiermee rekening gehouden bij de waardering.



Eigen vermogen


Het eigen vermogen bestaat uit algemene reserves, bestemmingsreserves en wettelijke reserves. Hierin is tevens een segmentatie opgenomen naar publieke en private middelen. De algemene reserve geldt ter waarborging van de continuïteit van de totale Dunamare onderwijs op de langere termijn.

De bestemmingsreserves zijn reserves met een beperkte bestedingsmogelijkheid, waarbij de beperking door het bestuur is aangebracht.


Bestemmingsreserve Nationaal Programma Onderwijs

In de periode van het Nationaal Programma Onderwijs, voor het eerst in 2021, zijn er gelden ontvangen inzake het Nationaal Programma Onderwijs. Deze ontvangen gelden zijn volledig in de baten van het boekjaar genomen conform de Handreiking verantwoording Nationaal Programma Onderwijs. De niet in het boekjaar bestede middelen zijn toegevoegd aan de bestemmingsreserve. Deze gelden uit de bestemmingsreserve worden ingezet conform de doelstelling van het Nationaal Programma Onderwijs. Het bestuur heeft deze beperking aangebracht. Deze reserve is nihil per ultimo 2025 door het beëindigen van het Nationaal Programma Onderwijs.


Bestemmingsreserve Steunfonds (LWOO)

In 2022 heeft het Samenwerkingsverband VO Zuid-Kennemerland een eerste bijdrage gedaan t.b.v. het opvangen van de toekomstige lagere bijdrage LWOO vanuit het Rijk. De reserve zal de komende jaren toenemen door bijdragen vanuit het samenwerkingsverband tot aan 2025. Dunamare bepaalt daarna zelf het jaarlijks in te zetten bedrag, overgangsperiode en verdeling onder de LWOO-scholen in Zuid-Kennemerland vanuit deze bestemmingsreserve.


Wettelijke reserve

Een wettelijke reserve voor geactiveerde ontwikkelingskosten is verplicht op basis van artikel 2:373 lid 4 BW. Investeringen in ontwikkelingskosten onder de immateriële activa zijn in deze reserve opgenomen als afzonderlijk component van het eigen vermogen. Deze wettelijke reserve muteert ter hoogte van de mutaties in de boekwaarde van de geactiveerde ontwikkelingskosten als gevolg van (des)investeringen en afschrijvingen daarop.

Voorzieningen


Algemeen

Onder de voorzieningen worden de personele voorzieningen en voorziening groot onderhoud gepresenteerd.

Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen die op de balansdatum bestaan, waarbij het waarschijnlijk is dat voor afwikkeling van de verplichting een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de omvang op betrouwbare wijze is te schatten.

Tenzij anders vermeld worden voorzieningen tegen contante waarde opgenomen.


Personele voorzieningen


Voorziening ADV Spaarverlof

Deze voorziening is gevormd om verplichtingen op te vangen van opgebouwd recht op spaarverlof. De voorziening wordt gewaardeerd tegen het totaal aantal gespaarde uren spaarverlof maal een gemiddeld uurtarief per functiecategorie. Het uurtarief is gebaseerd op bijlage 5 ‘Regeling spaarverlof voortgezet onderwijs’ van de CAO VO. Vanwege de geringe looptijd van deze voorziening is het effect van tijdswaarde niet materieel en is deze voorziening op nominale waarde gewaardeerd.


Voorziening langdurig zieken

Een voorziening langdurig zieken wordt gevormd indien op balansdatum aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  • de werknemer is door ziekte of arbeidsongeschiktheid naar verwachting gedurende het resterende dienstverband geheel of gedeeltelijk niet in staat om werkzaamheden te verrichten;
  • deze ziekte of arbeidsongeschiktheid zal naar verwachting gedurende het resterende dienstverband niet worden opgeheven;
  • de werkgever heeft de verplichting tot het in de toekomst doorbetalen van beloningen aan de betreffende werknemer en deze betalingen komen direct voor rekening van de werkgever. Hierbij wordt rekening gehouden met revalidatiekansen.

De voorziening wordt bepaald op basis van de groep medewerkers die per balansdatum langer dan 3 maanden ziek is. Hiervoor is ingeschat wat de verwachte herstelkans gedurende het resterende dienstverband is. De berekening is gebaseerd op de nominale waarde van de geschatte loondoorbetalingsperiode, rekening houdend met het ziektepercentage, de verwachte herstelkans, het salaris en eventuele kortingen die op basis van de CAO na een bepaalde ziekteperiode worden toegepast. Vanwege de geringe looptijd van deze voorziening is het effect van tijdswaarde niet materieel en is deze voorziening op nominale waarde gewaardeerd.


Voorziening jubilea

De voorziening jubilea betreft een voorziening voor toekomstige jubileumuitkeringen. Medewerkers hebben recht op een jubileumuitkering bij een dienstverband van 25 en 40 jaar.

De voorziening betreft het geschatte bedrag van de in de toekomst uit te keren jubileumuitkeringen. De berekening is gebaseerd op de contante waarde van de gedane toezeggingen, rekening houdend met de blijfkansen, opgebouwde diensttijden in het onderwijs, leeftijd, verwachte pensioendatum, het huidige salaris en de verwachte toekomstige salarisontwikkelingen. De actuele marktrente is ultimo 2024: 2,59%. We hanteren derhalve een discontering van 2,59% in de berekening van de voorziening. Het financieel effect is toegelicht bij de toelichting van de voorziening.


Voorziening WW/WOVO

Ten aanzien van voormalig medewerkers die een uitkering van het UWV ontvangen op grond van de wachtgeldregeling (WW) en/of bovenwettelijke regelingen (WOVO), komen de kosten van deze uitkeringen voor 25% voor eigen rekening van de instelling. Voor de toekomstige verplichtingen die hieruit volgen voor de instelling is een voorziening opgenomen in de balans. De voorziening is gebaseerd op het aantal deelnemers aan de regeling, de bestaande uitkeringsrechten/-verplichtingen, en de verwachte duur van de uitkering. Vanwege de geringe looptijd van deze voorziening is het effect van tijdswaarde niet materieel en is deze voorziening op nominale waarde gewaardeerd.


Voorziening recuperatieverlof

Ingevolge de CAO vo en de CAO po hebben de meeste medewerkers jaarlijks recht op een persoonlijk verlofbudget dat zij kunnen besteden in het kader van levensfasebewust personeelsbeleid (vo) en duurzame inzetbaarheid (po). De betreffende saldi kunnen ook worden gespaard, zodat na enkele jaren een totaalsaldo als verlof kan worden opgenomen. Bij opname van dit verlof zal mogelijk vervanging moeten worden geregeld. Na inventarisatie van de door medewerkers gemaakte keuzes, is hiervoor een voorziening gevormd.

Waardering vindt plaats op basis van de gespaarde uren maal het geldende uurtarief van de medewerkers.

De uren ouder dan 4 jaar worden gefixeerd tegen het dan geldende uurtarief. De voorziening wordt gewaardeerd tegen contante waarde. De actuele marktrente is ultimo 2025: 2,99%. Er is echter sprake van een beperkte indexering en beperkt contant maken door de fixatie na 4 jaar van de uurtarieven conform de CAO VO. Daardoor is het financieel rente-effect van deze voorziening in 2025 niet materieel.


Voorziening WAB

Op 1 januari 2020 is de nieuwe Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) in werking getreden ter vervanging van de Wet werk en zekerheid (WWZ). Dit houdt in dat bij tijdelijke contracten waarbij het bij het aangaan van het contract zeer waarschijnlijk is dat het contract niet zal worden verlengd, er een transitievergoeding dient te worden uitbetaald aan de medewerker. De voorziening wordt gevormd middels de nieuwe berekening van de transitievergoeding op medewerkersniveau maal het kanspercentage dat een medewerker geen verlenging krijgt. Vanwege de geringe looptijd van deze voorziening (maximaal één tot twee jaar) is het effect van tijdswaarde niet materieel en is deze voorziening op nominale waarde gewaardeerd.


Voorziening generatieregeling

De voorziening Generatieregeling is in 2021 gevormd om verplichtingen op te vangen voor medewerkers die deelnemen aan de Generatieregeling van Dunamare. De Generatieregeling biedt de mogelijkheid voor medewerkers van 60 jaar en ouder om minder te werken met behoud van salaris met een eigen bijdrage van 75% daarin van de werknemer. De voorziening wordt jaarlijks bepaald door van de deelnemende medewerkers, de kosten aan werkgeversbijdrage (25%) te berekenen van het nog resterende aantal maanden tot aan pensioenleeftijd. Deze bijdrage is inclusief werkgeverslasten en indexatie. De voorziening wordt gewaardeerd tegen contante waarde. De actuele marktrente is ultimo 2025: 2,99%. We hanteren derhalve een discontering van 2,99% in de berekening van de voorziening. Het financieel effect is toegelicht bij de toelichting van de voorziening.

Rijksbijdragen


Onder de rijksbijdragen worden de vergoedingen voor de personele en materiële exploitatie opgenomen verstrekt door het ministerie OCW. De ontvangen (normatieve) rijksbijdragen uit hoofde van de basisbekostiging (lumpsum) worden in het jaar waarop de toekenning betrekking heeft (in het jaar van toewijzing) volledig als baten verwerkt in de staat van baten en lasten.

Niet-geoormerkte OCW-subsidies (subsidies die volledig vrij besteedbaar zijn) worden in het jaar waarop de toekenning betrekking heeft volledig als baten verwerkt in de staat van baten en lasten.

Geoormerkte OCW-subsidies met een vrij besteedbaar overschot (G1-doelsubsidies waarbij het overschot geen verrekening-clausule heeft) worden naar rato van de voortgang (%) van de gesubsidieerde activiteiten verwerkt in de staat van baten en lasten. De subsidies waarvoor nog niet (alle) activiteiten (prestaties) zijn verricht per balansdatum worden verantwoord onder de vooruitontvangen subsidies OCW (overlopende passiva) zolang de bestedingstermijn (subsidietijdvak) nog niet is verlopen.

Geoormerkte OCW-subsidies (G2-doelsubsidies met verrekening-clausule) worden ten gunste van de staat van de baten en lasten verantwoord in het jaar waarvan de werkelijke subsidiabele lasten komen (naar rato van de aan het verslagjaar toe te rekenen werkelijke subsidiabele uitgaven). Niet bestede middelen worden verantwoord onder de vooruitontvangen subsidies OCW (overlopende passiva) zolang de bestedingstermijn (subsidietijdvak) nog niet is verlopen. Niet bestede middelen worden verantwoord als schuld aan het ministerie van OCW onder de kortlopende schulden zodra de bestedingstermijn (subsidietijdvak) is verlopen op balansdatum (terugvordering door OCW).

De doorbetaalde rijksbijdragen vanuit samenwerkingsverbanden worden ten gunste van de staat van baten en lasten verantwoord in het jaar van toewijzing, tenzij toerekening naar schooljaar plaatsvindt  (in plaats van per kalenderjaar) of tenzij sprake is van een concreet bestedingsplan voor de periode na balansdatum.

Overheidsbijdragen en -subsidies


Exploitatiesubsidies worden als baten verantwoord in het jaar waarin de gesubsidieerde kosten zijn gemaakt of opbrengsten zijn gederfd, of wanneer een gesubsidieerd exploitatietekort zich heeft voorgedaan. De baten worden verantwoord als en voor zover het waarschijnlijk is dat deze worden  ontvangen en de instelling de condities voor ontvangst kan aantonen. De vooruit ontvangen bedragen (zowel kort- als langlopend) worden onder de overlopende passiva opgenomen.

Subsidies met betrekking tot investeringen in materiële vaste activa worden in mindering gebracht op het desbetreffende actief.



Overige baten


Overige baten bestaan uit baten uit verhuur, ouderbijdragen, detacheringen, projectgelden en overige baten. Huuropbrengsten van sportzalen/lokalen worden lineair in de staat van baten en lasten opgenomen gedurende de looptijd van de huurovereenkomst.

De ouderbijdragen worden evenredig toegerekend aan het schooljaar (voor deze jaarrekening 7/12-deel van schooljaar 2024-2025 en 5/12-deel van schooljaar 2025-2026).

Overige baten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben.

Personeelsbeloningen


De beloningen van het personeel worden als last in de staat van baten en lasten verantwoord in de periode waarin de arbeidsprestatie wordt verricht en, voor zover nog niet uitbetaald, als verplichting op de balans opgenomen. Als de reeds betaalde bedragen de verschuldigde beloningen overtreffen, wordt het meerdere opgenomen als een overlopend actief voor zover er sprake zal zijn van terugbetaling door het personeel of van verrekening met toekomstige betalingen door de stichting.

Voor de beloningen met opbouw van rechten, sabbatical leave, bonussen worden de verwachte lasten gedurende het dienstverband in aanmerking genomen. Een verwachte vergoeding ten gevolge van bonusbetalingen wordt verantwoord indien de verplichting tot betaling van die vergoeding is ontstaan op of vóór balansdatum en een betrouwbare schatting van de verplichtingen kan worden gemaakt. Ontvangen bijdragen voortvloeiend uit levensloopregelingen worden in aanmerking genomen in de periode waarover deze bijdragen zijn verschuldigd. Toevoegingen aan en vrijval van verplichtingen worden ten laste respectievelijk ten gunste van de staat van baten en lasten gebracht.

Indien een beloning wordt betaald, waarbij geen rechten worden opgebouwd (bijvoorbeeld doorbetaling in geval van ziekte of arbeidsongeschiktheid) worden de verwachte lasten verantwoord in de periode waarover deze beloning is verschuldigd. Voor op balansdatum bestaande verplichtingen tot het in de toekomst doorbetalen van beloningen (inclusief ontslagvergoedingen) aan personeelsleden die op balansdatum naar verwachting blijvend geheel of gedeeltelijk niet in staat zijn om werkzaamheden te verrichten door ziekte of arbeidsongeschiktheid wordt een voorziening opgenomen.

De verantwoorde verplichting betreft de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de desbetreffende verplichting op balansdatum af te wikkelen. De beste schatting is gebaseerd op contractuele afspraken met personeelsleden (CAO en individuele arbeidsovereenkomsten).

Toevoegingen aan en vrijval van verplichtingen worden ten laste respectievelijk ten gunste van de staat van baten en lasten gebracht.


Pensioenen

Uitgangspunt is dat de in de verslagperiode te verwerken pensioenlast gelijk is aan de over die periode aan het pensioenfonds verschuldigde pensioenpremies.

De stichting heeft een toegezegde pensioenregeling bij Stichting Bedrijfspensioenfonds ABP. Op deze pensioenregeling zijn de bepalingen van de Nederlandse Pensioenwet van toepassing en worden op verplichte en contractuele basis premies betaald aan de instelling. ABP hanteert het middelloon als pensioengevende salarisgrondslag. ABP probeert ieder jaar de pensioenen te verhogen met de gemiddelde stijging van de lonen in de sectoren overheid en onderwijs.

Wanneer de dekkingsgraad lager is dan 110%, vindt er geen indexatie plaats. De premies worden verantwoord als personeelskosten zodra deze verschuldigd zijn.

Vooruitbetaalde premies worden opgenomen als overlopende activa indien dit tot een terugstorting leidt of tot een vermindering van toekomstige betalingen. Nog niet betaalde premies worden als verplichting op de balans opgenomen.

De beleidsdekkingsgraad van het ABP-pensioenfonds bedraagt per 31 december 2025: 123,5% (2024: 111,9%).

Dunamare onderwijs heeft geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen in geval van een tekort bij het pensioenfonds, anders dan het effect van hogere toekomstige premies.

Dunamare heeft daarom alleen de verschuldigde premies tot en met het einde van het boekjaar in de jaarrekening verantwoord.


Ontslagvergoedingen

Ontslagvergoedingen zijn vergoedingen die worden toegekend in ruil voor de beëindiging van het dienstverband. Een uitkering als gevolg van ontslag wordt als verplichting en als last verwerkt als de instelling zich aantoonbaar onvoorwaardelijk heeft verbonden tot betaling van een ontslagvergoeding. Als het ontslag onderdeel is van een reorganisatie, worden de kosten van de ontslagvergoeding opgenomen in een reorganisatievoorziening.

Ontslagvergoedingen worden gewaardeerd met inachtneming van de aard van de vergoeding. Als de ontslagvergoeding een verbetering is van de beloningen na afloop van het dienstverband, vindt waardering plaats volgens dezelfde grondslagen die worden toegepast voor pensioenregelingen.

Andere ontslagvergoedingen worden gewaardeerd op basis van de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichting af te wikkelen.

Leasing


De stichting kan financiële en operationele leasecontracten afsluiten. Een leaseovereenkomst waarbij de voor- en nadelen verbonden aan het eigendom van het leaseobject geheel of nagenoeg geheel door de lessee worden gedragen, wordt aangemerkt als een financiële lease. Alle andere leaseovereenkomsten classificeren als operationele lease. Bij de leaseclassificatie is de economische realiteit van de transactie bepalend en niet zozeer de juridische vorm. Classificatie van de lease vindt plaats op het tijdstip van het aangaan van de betreffende leaseovereenkomst.


Operationele lease

Als de stichting optreedt als lessee in een operationele lease, wordt het leaseobject niet geactiveerd. Leasebetalingen inzake de operationele lease worden lineair over de leaseperiode ten laste van de staat van baten en lasten gebracht.


Financial lease

Dunamare onderwijs heeft geen financialleaseverplichtingen.



Rentebaten en soortgelijke opbrengsten en rentelasten en soortgelijke kosten


Rentebaten worden verantwoord in de periode waartoe zij behoren, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de desbetreffende actiefpost. Rentelasten en soortgelijke lasten worden verantwoord in de periode waartoe zij behoren.

Agio, disagio en aflossingspremies worden verantwoord als rentelast in de periode waartoe zij behoren. De toerekening van deze rentelast en de rentevergoeding over de lening is de effectieve rente die in de staat van baten en lasten wordt verwerkt. In de balans is (per saldo) de amortisatiewaarde van de schuld(en) verwerkt. De nog niet in de staat van baten en lasten verwerkte bedragen van het agio en de al in de staat van baten en lasten verwerkte aflossingspremies worden verwerkt als verhoging van de schuld(en) waarop ze betrekking hebben. De nog niet in de staat van baten en lasten verwerkte bedragen van het disagio worden verwerkt als verlaging van de schuld(en) waarop ze betrekking hebben.

Bepaling reële waarde


De reële waarde van een financieel instrument is het bedrag waarvoor een actief kan worden verhandeld of een passief kan worden afgewikkeld tussen ter zake goed geïnformeerde partijen, die tot een transactie bereid en van elkaar onafhankelijk zijn.

De reële waarde van niet-beursgenoteerde financiële instrumenten wordt bepaald door de verwachte kasstromen contant te maken tegen een disconteringsvoet die gelijk is aan de geldende risicovrije marktrente voor de resterende looptijd vermeerderd met krediet- en liquiditeitsopslagen.



Verbonden partijen


Transacties met verbonden partijen worden toegelicht voor zover deze niet onder normale marktvoorwaarden zijn aangegaan. Van deze transacties wordt de aard en de omvang van de transactie en andere informatie die nodig is voor het verschaffen van het inzicht toegelicht.



Gebeurtenissen na balansdatum


Gebeurtenissen die nadere informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum en die blijken tot aan de datum van het opmaken van de jaarrekening worden verwerkt in de jaarrekening.

Gebeurtenissen die geen nadere informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum worden niet in de jaarrekening verwerkt. Als dergelijke gebeurtenissen van belang zijn voor de oordeelsvorming van de gebruikers van de jaarrekening, worden de aard en de geschatte financiële gevolgen ervan toegelicht in de jaarrekening.



Kasstroomoverzicht


Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode. Bij deze methode wordt het saldo van baten en lasten aangepast voor posten van de staat van baten en lasten die geen invloed hebben op ontvangsten en uitgaven in het verslagjaar, mutaties in de posten van het werkkapitaal en posten van de staat van baten en lasten waarvan de ontvangsten en uitgaven niet worden beschouwd als behorende tot de operationele activiteiten.

De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit de liquide middelen. In het kasstroomoverzicht wordt onderscheid gemaakt tussen operationele, investerings- en financieringsactiviteiten.

De kasstromen uit hoofde van de financiering zijn gesplitst in kasstromen met betrekking tot mutaties in de hoofdsom (opgenomen onder financieringsactiviteiten) en betaalde rente (opgenomen onder operationele  activiteiten).

Docenten tijdens gymles

Toelichting op de balans per 31 december 2025

1.1 Immateriële vaste activa

Ontwikkelingskosten
Stand per 1 januari 2025
Aanschafprijs 515.746
Afschrijving cumulatief -462.696
Boekwaarde 53.050
Mutaties
Investeringen -
Aanschafwaarde desinvesteringen -152.723
Afschrijvingen -34.659
Cumulatieve afschrijving desinvesteringen 152.723
Saldo -34.659
Stand per 31 december 2025
Aanschafprijs 363.022
Afschrijving cumulatief -344.632
Boekwaarde 18.390
Dit betreft externe ontwikkeling van software.

1.2 Materiële vaste activa

Gebouwen en terreinen Inventaris en apparatuur Andere vaste bedrijfs- middelen In uitvoering en vooruit- betalingen Totaal
Stand per 1 januari 2025
Aanschafprijs 58.451.684 42.114.244 4.814.995 5.995.338 111.376.261
Afschrijving cumulatief -17.503.273 -24.122.148 -4.228.431 - -45.853.852
Boekwaarde 40.948.411 17.992.096 586.564 5.995.338 65.522.410
Mutaties
Investeringen 1.011.876 4.785.918 660.247 6.527.087 12.985.128
Ingebruikname activa in uitvoering 4.597.448 3.539.067 - -8.136.515 -
Aanschafwaarde desinvesteringen -1.170.463 -2.823.679 -147.094 - -4.141.236
Afschrijvingen -2.540.248 -3.915.649 -212.214 - -6.668.111
Cumulatieve afschrijving desinvesteringen 961.260 2.643.829 102.858 - 3.707.947
Saldo 2.859.873 4.229.486 403.797 -1.609.428 5.883.728
Stand per 31 december 2025
Aanschafprijs 62.890.545 47.615.550 5.328.148 4.385.911 120.220.154
Afschrijving cumulatief -19.082.260 -25.393.968 -4.337.787 - -48.814.015
Boekwaarde 40.808.286 22.221.582 990.361 4.385.911 71.406.139

De materiële vaste activa zijn in 2025 voornamelijk gemuteerd door investeringen in diverse huisvestingsprojecten. Deze zijn vanuit de ‘activa in uitvoering en vooruitbetalingen’ door het gereedkomen van het project geactiveerd naar de overige onderdelen van de materiële vaste activa. In 2025 is onder andere de nieuwbouw Avantis College en Rietland College in gebruik genomen en geactiveerd. Tevens wordt er ook groot onderhoud geactiveerd.

1.5 Vorderingen

31-12-2025 31-12-2024
Debiteuren185.387202.182
OCW-6.505
Overige overheden2.992.7351.146.146
Ouderbijdragen369.938404.385
Overige vorderingen1.347.213996.312
Overlopende activa6.171.9055.517.005
Af: Voorziening wegens oninbaarheid--
Totaal11.067.1778.272.534

De boekwaarde van de opgenomen vorderingen benadert de reële waarde, gegeven het kortlopende karakter van de vorderingen en het feit dat waar nodig voorzieningen voor oninbaarheid zijn gevormd.

Debiteuren

31-12-2025 31-12-2024
Handelsdebiteuren 185.387 202.182
Af: voorziening dubieuze debiteuren - -
Totaal 185.387 202.182

In de vorderingen op handelsdebiteuren zijn geen bedragen begrepen met een looptijd langer dan 1 jaar. Alle overige vorderingen hebben een looptijd met naar verwachting korter dan 1 jaar.

Overige overheden

31-12-2025 31-12-2024
Vordering op gemeentes 2.992.735 1.146.146
Totaal 2.992.735 1.146.146

De post vorderingen op overige overheden betreft vorderingen op gemeentes. Het saldo bestaat ultimo 2025 voornamelijk uit een vordering op de gemeente Haarlemmermeer inzake de nieuwbouw Avantis College en Rietland College (circa € 2,2 mln. euro).

Overige vorderingen

31-12-2025 31-12-2024
Rente Schatkistbankieren208.046402.976
Nog te ontvangen bedragen - overige subsidies832.261322.491
Nog te ontvangen bedragen - samenwerkingsverbanden61.28144.131
Nog te ontvangen bedragen - overig245.925226.714
Totaal1.347.213996.312

De overige vorderingen liggen in lijn met vorig jaar. De nog te ontvangen bedragen betreffen een momentopname.

Overlopende activa

31-12-2025 31-12-2024
Vooruitbetaalde kosten6.171.9055.517.005
Totaal6.171.9055.517.005

Vooruitbetaalde kosten

31-12-2025 31-12-2024
Licenties920.296262.787
Werkweken427.336265.102
Overige vooruitbetaalde kosten4.824.2734.989.116
Totaal6.171.9055.517.005

De vooruitbetaalde kosten zijn hoger doordat er ultimo 2025 meer facturen zijn vooruitbetaald voor hogere bedragen (w.o. voor (digitale) leermiddelen en uitbestedingsovereenkomsten) dan ultimo 2024. Naast deze eerdere facturering door leveranciers en betaling door ons ultimo boekjaar, is ook het gebruik van digitale licenties toegenomen. 

docenten luisteren naar presentatie

1.7 Liquide middelen


De post Liquide middelen is opgebouwd uit onderstaande elementen:

31-12-2025 31-12-2024
Kasmiddelen16.91621.358
Tegoeden op bankrekeningen550.309529.648
Rekening courant tegoed Schatkistbankieren43.085.25447.864.780
Overige liquide middelen270.052313.693
Totaal43.922.53148.729.479

De liquide middelen staan ter vrije beschikking van de instelling per 31 december 2025. In het kasstroomoverzicht is de mutatie van de liquide middelen weergegeven ten opzichte van 2024.

De daling t.o.v. 2024 heeft met name betrekking op het uitgeven van eerder ontvangen NPO-gelden.

De overige liquide middelen betreffen de kruisposten ten aanzien van WisCollectgelden (ouderbijdragen) die al ter beschikking staan van Dunamare onderwijs.

2.1 Eigen vermogen


Het gehele eigen vermogen van Dunamare onderwijs bestaat ultimo 2025 volledig uit publiek vermogen.

Stand per 01-01-2025 Resultaat boekjaar Overige mutaties Stand per 31-12-2025
Algemene reserve
Algemene reserve74.799.5591.982.9882.914.65179.697.198
Bestemmingsreserve (publiek)
Steunfonds (LWOO)1.194.280295.8501.490.130
Nationaal Programma Onderwijs3.175.842-3.175.842-
4.370.1221.490.130
Andere wettelijke reserves
Geactiveerde ontwikkelingskosten53.050-34.65918.391
53.05018.391
Totaal Eigen vermogen79.222.7311.982.988-81.205.719

Wettelijke reserve geactiveerde ontwikkelingskosten

Een wettelijke reserve voor geactiveerde ontwikkelingskosten is verplicht op basis van artikel 2:373 lid 4 BW. Investeringen in ontwikkelingskosten onder de immateriële activa zijn in deze reserve opgenomen als afzonderlijk component van het eigen vermogen. Deze wettelijke reserve muteert ter hoogte van de mutaties in de boekwaarde van de geactiveerde ontwikkelingskosten als gevolg van (des)investeringen en afschrijvingen daarop.


Bestemmingsreserve NPO

In de periode van het Nationaal Programma Onderwijs, voor het eerst in 2021, zijn er gelden ontvangen inzake het Nationaal Programma Onderwijs. Deze ontvangen gelden zijn volledig in de baten van het boekjaar genomen conform de Handreiking verantwoording Nationaal Programma Onderwijs. De niet in het boekjaar bestede middelen zijn opgenomen in de bestemmingsreserve. Deze gelden uit de bestemmingsreserve worden ingezet conform de doelstelling van het Nationaal Programma Onderwijs. Het bestuur heeft deze beperking aangebracht. Ultimo 2025 is het programma NPO afgelopen en is de reserve vrijgevallen ten gunste van de algemene reserve.


Bestemmingsreserve Steunfonds (LWOO)

In de periode 2022 tot 2025 geeft het Samenwerkingsverband VO Zuid-Kennemerland bijdragen aan Dunamare t.b.v. het opvangen van de toekomstige lagere bijdrage LWOO vanuit het Rijk. Dunamare bepaalt daarna zelf het jaarlijks in te zetten bedrag, overgangsperiode en verdeling onder de LWOO-scholen in Zuid-Kennemerland vanuit deze bestemmingsreserve.


Bestemming saldo staat baten en lasten

Voorstel tot resultaatbestemming. Het resultaat over 2025 is met goedkeuring van de Raad van Toezicht als volgt bestemd en reeds verwerkt in de jaarrekening:

Toevoeging algemene reserve resultaat1.982.988
Toevoeging algemene reserve2.914.651
Onttrekking BR Nationaal programma Onderwijs-3.175.842
Toevoeging BR Steunfonds (LWOO)295.850
Onttrekking WR ontwikkelingskosten-34.659
Nettoresultaat1.982.988

Segmentatie


Het resultaat ad € 1.982.988 kan als volgt gesplitst worden tussen VO en PO, conform onderstaande segmentatie:

Ref. VO 2025 PO 2025
Baten
Rijksbijdragen3.1176.900.69117.529.984
Overige overheidsbijdragen en – subsidies3.23.382.650153.546
Overige baten3.57.970.195323.549
Totaal baten188.253.53618.007.079
Lasten
Personeelslasten4.1142.142.08014.118.490
Afschrijvingen4.26.968.932278.267
Huisvestingslasten4.312.147.172727.941
Overige lasten4.426.605.2132.385.668
Totaal lasten187.863.39717.510.367
Saldo baten en lasten390.138496.712
Financiële baten en lasten51.096.137-
Nettoresultaat1.486.276496.712
Rechtstreekse mutaties in het eigen vermogen--
Totaalresultaat1.486.276496.712

Het resultaat PO 2025 bestaat uit het exploitatiesaldo van de scholen vallend onder de BRIN 18EC. Er resteren twee scholen onder de BRIN 18EC en daarmee segmentatie PO.


Resultaat PO en VO in 2025

2025
Resultaat VO 1.486.276
Resultaat PO 496.712
Resultaat staat van baten en lasten 2025 1.982.988

2.2 Voorzieningen

31-12-2025 31-12-2024
Personeelsvoorzieningen14.001.99214.050.533
Totaal14.001.99214.050.533

Het verloop van de voorzieningen kan als volgt worden weergegeven:

Personeelsvoorzieningen

Personeels-
voorzieningen
Totaal
Stand per 1 januari 202514.050.53314.050.533
Dotaties7.762.7157.762.715
Ontrekkingen-7.552.011-7.552.011
Vrijval-79.471-79.471
Rente mutaties (bij contante waarde)-179.774-179.774
Stand per 31 december 202514.001.99214.001.992
Kortlopend deel < 1 jaar1.870.4741.870.474
Langlopend deel > 1 jaar12.131.51812.131.518

Personeelsvoorzieningen

ADV spaarverlof Langdurig zieken WW/WOVO Recuperatie verlof Jubilea WAB Generatie-regeling Totaal
Stand per 1 januari 2025 409.292 1.603.581 389.450 8.883.461 1.649.602 368.335 746.811 14.050.533
Dotaties 144.418 845.868 230.135 5.494.802 557.046 238.972 251.474 7.762.715
Ontrekkingen -118.099 -1.412.778 -256.767 -5.024.999 -196.199 -238.164 -305.005 -7.552.011
Vrijval - -71.806 - - - - -7.665 -79.471
Rente mutaties (bij contante waarde) - - - - -177.738 - -2.036 -179.774
Stand per 31 december 2025 435.611 964.865 362.818 9.353.264 1.832.711 369.143 683.579 14.001.992
< 1 jaar 106.747 807.018 192.075 pm 183.989 369.143 211.502 1.870.474
> 1 jaar 328.864 157.847 170.743 pm 1.648.722 - 472.077 2.778.253


Gezien het karakter van de voorzieningen Recuperatieverlof is er geen goede inschatting te maken inzake de resterende looptijden, met name voor het deel langer dan 1 jaar. In het verloopoverzicht zijn deze derhalve als pro memorie (pm) opgenomen.

Het totaal van de voorzieningen is ultimo 2025 in lijn met 2024.

De relatief hoge mutatie in de voorziening langdurig zieken in 2025 heeft te maken met het feit dat deze voorziening een momentopname is van langdurige zieken en de inschatting van herstel daarvan.

Per 2025 zijn de veronderstellingen ten aanzien van het percentage werkgeverslasten opnieuw beoordeeld en aangepast van 30% naar 20% i.v.m. correctie van de pensioenlasten. Hierbij is er geen sprake van een schattingswijziging, maar enkel een wijziging in de veronderstellingen.

2.4 Kortlopende schulden

31-12-2025 31-12-2024
Crediteuren3.904.9025.840.050
Belastingen en premies sociale verzekeringen7.333.2136.613.370
Schulden ter zake van pensioenen1.927.3541.810.858
Overige kortlopende schulden149.014137.909
Vooruitontvangen geoormerkte subsidies OCW (G2)3.737.6022.314.019
Vooruitontvangen niet geoormerkte- en geoormerkte subsidies OCW (G1) en overig5.137.0132.743.879
Vooruitontvangen investeringssubsidies1.425.33938.636
Vakantiegeld en -dagen4.771.4794.692.010
Overige overlopende passiva2.820.6135.113.477
Totaal31.206.52929.304.209

De kortlopende schulden hebben allen een resterende looptijd van korter dan een jaar.

De boekwaarde van de opgenomen kortlopende schulden benadert de reële waarde, gegeven het kortlopende karakter van de schulden.

De stijging van de schulden heeft met name te maken met nieuwe vooruitontvangen geoormerkte subsidies zoals Verbetering Basisvaardigheden, Digitale school, School en Omgeving, Sterk Techniekonderwijs 2025-2028 en Techkwadraat waar ultimo 2025 nog uitgaven voor moeten worden gedaan binnen de (meerjarige) subsidielooptijd.

Schulden ter zake van belastingen en premies sociale verzekeringen

31-12-2025 31-12-2024
Loonheffing7.271.3456.496.583
Omzetbelasting61.868116.787
Totaal7.333.2136.613.370

Schulden ter zake van belastingen en premies sociale verzekeringen

Dit betreft voornamelijk de nog af te dragen loonheffing over december 2025.


Schulden ter zake van pensioenen

Dit betreft voornamelijk de nog af te dragen premies aan het pensioenfonds ABP over december 2025.


Overige kortlopende schulden

Dit betreft een aantal gereserveerde bedragen voor o.a. personeelsfonds en leerlingenverenigingen.


Vooruit ontvangen geoormerkte subsidies OCW (G2)

Deze post bestaat uit de vooruitontvangen gelden inzake Sterk Techniek Onderwijs, Techkwadraat, en ventilatiesubsidies, zie ook model G2. Het vooruit ontvangen bedrag is ultimo 2025 sterk gestegen door ontvangst van gelden voor Techkwadraat en Sterk Techniek Onderwijs die nog niet uitgegeven zijn.


Vooruitontvangen niet-geoormerkte- en overige subsidies OCW (G1)

Deze post bestaat voornamelijk uit ontvangen, nog te besteden gelden inzake subsidieregeling verbetering basisvaardigheden (circa 2,9 mln. euro ultimo 2025), subsidie Digitale School (circa 0,7 mln. euro ultimo 2025), School en Omgeving (circa 0,4 mln. euro ultimo 2025), studieverlof en zijinstroom. Deze gelden hebben betrekking op het schooljaar 2025-2026, waarbij 7/12-deel wordt toegerekend aan 2026, of geheel op kalenderjaar 2026 en verder. Zie ook model G1 v.w.b. de G1-subsidies.


Vooruitontvangen investeringssubsidies

Betreft toegekende subsidies van de gemeente Haarlem inzake aanpassingen op het Haarlem College (ultimo 2025 een saldo van 1,4 mln. euro).


Vakantiegeld en -dagen

Deze post bestaat uit de reeds opgebouwde rechten voor vakantiegeld voor medewerkers van Dunamare. Het vakantiegeld wordt in mei 2026 uitbetaald. Er is geen reservering voor de vakantiedagen opgenomen, aangezien niet-onderwijsgevend personeel ook zo veel mogelijk de schoolvakanties volgt.

Overige overlopende passiva

31-12-2025 31-12-2024
Vooruitontvangen ouderbijdragen incl. werkweken1.303.6391.572.755
Vooruitontvangen subsidies samenwerkingsverbanden60.833167.750
Vooruitontvangen subsidies overig773.373667.332
Nog te betalen kosten677.6372.654.217
Overige passiva5.13051.423
Totaal2.820.6135.113.477

De overige overlopende passiva zijn voornamelijk gedaald doordat er ultimo 2025 geen verplichting van circa € 1,6 miljoen inzake de nabetaling van de vorige CAO meer is opgenomen. Deze is januari 2025 met het salaris uitbetaald.  

smartphones in kist

Overzicht geoormerkte subsidies OCW

G1

Subsidies waarbij het eventueel niet aangewende deel van de subsidie, mits de activiteiten volledig zijn uitgevoerd, kan worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt. 

De subsidies zijn financieel opgenomen in de jaarrekening onder de schulden en vorderingen indien de subsidies ontvangen zijn of als deze nog te ontvangen zijn, en daarnaast in de staat van baten en lasten voor wat betreft de baten en kosten van de subsidie.

Omschrijving Toewijzing De activiteiten zijn ultimo verslagjaar conform de subsidiebeschikking geheel uitgevoerd en afgerond
Kenmerk Datum Status
Zij-instromers VO2021 1189644-1 21-12-2021 ONDERHANDEN
Zij-instromers VO2022 1308544-1 20-12-2022 JA
Zij-instromers VO2022 1288179-1 22-11-2022 JA
Zij-instromers VO2023 1340387-1 20-06-2023 JA
Zij-instromers VO2023 100007723-1 22-08-2023 JA
Zij-instromers VO2023 100011236-1 19-12-2023 JA
Zij-instromers VO2023 100011195-1 19-12-2023 JA
Zij-instromers VO2023 100011264-1 19-12-2023 JA
Zij-instromers VO2024 100012628-01 20-02-2024 ONDERHANDEN
Zij-instromers VO2024 100016062-01 22-04-2024 JA
Zij-instromers VO2024 100016760-01 21-05-2024 JA
Zij-instromers VO2024 100016867-01 20-06-2024 ONDERHANDEN
Zij-instromers VO2024 100016876-01 20-06-2024 JA
Zij-instromers VO2024 1409454-01 20-06-2024 ONDERHANDEN
Zij-instromers VO2024 100017965-01 22-10-2024 ONDERHANDEN
Zij-instromers VO2024 100018071-01 20-11-2024 JA
Zij-instromers VO2024 100021734-01 19-12-2024 JA
Zij-instromers VO2025 100025689-1 20-03-2025 ONDERHANDEN
Zij-instromers VO2025 100026552-1 22-04-2025 ONDERHANDEN
Zij-instromers VO2025 100027258-1 20-05-2025 ONDERHANDEN
Zij-instromers VO2025 100027266-1 20-05-2025 ONDERHANDEN
Zij-instromers VO2025 100027243-1 20-05-2025 ONDERHANDEN
Zij-instromers VO2025 100027881-1 20-08-2025 ONDERHANDEN
Zij-instromers VO2025 100033444-1 19-12-2025 ONDERHANDEN
Lerarenbeurs- Studieverlof 2024-2025 1413948-1 20-08-2024 JA
Lerarenbeurs- Studieverlof 2024-2025 1416681-1 20-09-2024 JA
Lerarenbeurs- Studieverlof 2024-2025 1414532-1 20-08-2024 JA
Lerarenbeurs- Studieverlof 2024-2025 1415014-1 20-08-2024 JA
Lerarenbeurs- Studieverlof 2024-2025 1415006-1 20-08-2024 JA
Lerarenbeurs- Studieverlof 2024-2025 1445333-1 22-11-2024 JA
Lerarenbeurs- Studieverlof 2024-2025 1414912-1 20-08-2024 JA
Lerarenbeurs- Studieverlof 2024-2025 1414918-1 20-08-2024 JA
Lerarenbeurs- Studieverlof 2024-2025 1414890-1 20-08-2024 JA
Lerarenbeurs- Studieverlof 2024-2025 1414818-1 20-08-2024 JA
Lerarenbeurs- Studieverlof 2025-2026 1475555-1 20-06-2025 ONDERHANDEN
Lerarenbeurs- Studieverlof 2025-2026 1474716-1 20-06-2025 ONDERHANDEN
Lerarenbeurs- Studieverlof 2025-2026 1474984-1 20-06-2025 ONDERHANDEN
Lerarenbeurs- Studieverlof 2025-2026 1475359-1 20-06-2025 ONDERHANDEN
Lerarenbeurs- Studieverlof 2025-2026 1475436-1 20-06-2025 ONDERHANDEN
Lerarenbeurs- Studieverlof 2025-2026 1479878-1 22-07-2025 ONDERHANDEN
Lerarenbeurs- Studieverlof 2025-2026 1475513-1 20-06-2025 ONDERHANDEN
Lerarenbeurs- Studieverlof 2025-2026 1475202-1 20-06-2025 ONDERHANDEN
Lerarenbeurs- Studieverlof 2025-2026 1475370-1 20-06-2025 ONDERHANDEN
Aanvullende subs. Praktijkgericht Progr GL TL GLTL21R20003 09-12-2021 JA
Subsidieregeling verbetering basisvaardigheden voor scholen 2023 VBV23-VO-1898 31-05-2023 JA
Subsidieregeling verbetering basisvaardigheden voor scholen 2023 VBV23-VO-4558 14-12-2023 JA
Subsidieregeling verbetering basisvaardigheden voor scholen 2023 VBV23-VO-1437 31-05-2023 JA
Subsidieregeling verbetering basisvaardigheden voor scholen 2023 VBV23-VO-1817 31-05-2023 JA
Subsidieregeling verbetering basisvaardigheden voor scholen 2023 VBV23-VO-2711 31-05-2023 JA
Subsidieregeling verbetering basisvaardigheden voor scholen 2023 VBV23-VO-3403 31-05-2023 JA
Subsidieregeling verbetering basisvaardigheden voor scholen 2024 VBV24-VO-0774 17-06-2024 ONDERHANDEN
Subsidieregeling verbetering basisvaardigheden voor scholen 2024 VBV24-VO-2557 17-06-2024 ONDERHANDEN
Subsidieregeling verbetering basisvaardigheden voor scholen 2024 VBV24-VO-2363 17-06-2024 ONDERHANDEN
Subsidieregeling verbetering basisvaardigheden voor scholen 2024 VBV24-VO-0692 17-06-2024 ONDERHANDEN
Subsidieregeling verbetering basisvaardigheden voor scholen 2024 VBV24-VO-0699 17-06-2024 ONDERHANDEN
Subsidieregeling verbetering basisvaardigheden voor scholen 2024 VBV24-VO-0448 17-06-2024 ONDERHANDEN
Subsidieregeling verbetering basisvaardigheden voor scholen 2024 VBV24-VO-0187 17-06-2024 ONDERHANDEN
Subsidieregeling verbetering basisvaardigheden voor scholen 2024 VBV24-VO-0844 17-06-2024 ONDERHANDEN
Subsidieregeling verbetering basisvaardigheden voor scholen 2024 VBV24-VO-0843 17-06-2024 ONDERHANDEN
Subsidieregeling verbetering basisvaardigheden voor scholen 2024 VBV24-VO-0841 17-06-2024 ONDERHANDEN
Subsidieregeling verbetering basisvaardigheden voor scholen 2024 VBV24-VO-0757 17-06-2024 ONDERHANDEN
Subsidieregeling verbetering basisvaardigheden voor scholen 2024 VBV24-VO-1413 17-06-2024 ONDERHANDEN
Subsidieregeling verbetering basisvaardigheden voor scholen 2024 VBV24-VO-1417 22-07-2024 ONDERHANDEN
Subsidieregeling verbetering basisvaardigheden 2024 (verbetering basisvaardigheden 2025) VBV25-VO-0261 28-04-2025 ONDERHANDEN
Subsidieregeling verbetering basisvaardigheden 2024 (verbetering basisvaardigheden 2025) VBV25-VO-0587 28-04-2025 ONDERHANDEN
Subsidieregeling verbetering basisvaardigheden 2024 (verbetering basisvaardigheden 2025) VBV25-VO-0609 28-04-2025 ONDERHANDEN
Subsidieregeling verbetering basisvaardigheden 2024 (verbetering basisvaardigheden 2025) VBV25-VO-2576 28-04-2025 ONDERHANDEN
Subsidieregeling verbetering basisvaardigheden voor prioriteitscholen 2024 (verbetering basisvaardigheden 2025) VBV25P-PO-0550 28-04-2025 ONDERHANDEN
Subsidieregeling heterogene brugklassen SHB322015 15-11-2022 JA
Subsidieregeling praktijkgerichte havo PHAVO23098 15-08-2023 ONDERHANDEN
Subsidieregeling praktijkgerichte havo PHAVO25070 10-04-2025 ONDERHANDEN
Subsidieregeling Onderwijspersoneel opleiding tot leraar SOOL23VO061 11-09-2023 ONDERHANDEN
Subsidieregeling Onderwijspersoneel opleiding tot leraar SOOL23VO029 08-09-2023 ONDERHANDEN
Subsidieregeling Onderwijspersoneel opleiding tot leraar SOOL23VO030 04-09-2023 ONDERHANDEN
Subsidieregeling Onderwijspersoneel opleiding tot leraar SOOLVO25071 17-11-2025 ONDERHANDEN
Subsidieregeling Onderwijspersoneel opleiding tot leraar SOOLVO25125 19-11-2025 ONDERHANDEN
Subsidieregeling Onderwijspersoneel opleiding tot leraar SOOLVO25126 19-11-2025 ONDERHANDEN
Subsidieregeling praktijkgericht vak gl en tl PGLTL240006 04-07-2024 ONDERHANDEN
Subsidieregeling praktijkgericht vak gl en tl PGLTL240109 04-07-2024 ONDERHANDEN
Subsidieregeling praktijkgericht vak gl en tl PGLTL240368 04-07-2024 ONDERHANDEN
Subsidieregeling praktijkgericht vak gl en tl PGLTL240018 04-07-2024 ONDERHANDEN
Subsidieregeling praktijkgericht vak gl en tl PGLTL25086 06-05-2025 ONDERHANDEN
Subsidieregeling Ontwikkelkracht 2024/2025 OWK240065 05-06-2024 JA
Subsidieregeling Ontwikkelkracht 2025/2026 OWK250019 17-04-2025 ONDERHANDEN
Subsidieregeling Ontwikkelkracht 2025/2026 OWK250176 30-05-2025 ONDERHANDEN
Subsidieregeling Ontwikkelkracht 2025/2026 OWK250214 23-07-2025 ONDERHANDEN
Subsidieregeling digitale school 2024 DS2024005 06-11-2024 ONDERHANDEN
Subsidieregeling brugfunctionaris BRF-24-552 08-05-2024 ONDERHANDEN
Subsidieregeling Statushouders en de stap naar de klas SVDK230001 04-12-2023 JA
Subsidieregeling Statushouders en de stap naar de klas SVDK240020 23-10-2024 ONDERHANDEN
Subsidieregeling Statushouders en de stap naar de klas SVDK250005 03-11-2025 ONDERHANDEN
Regeling school en omgeving 2023-2025 RSO-24200 06-08-2024 JA
Regeling school en Omgeving 2025-2028 RSO-25323 26-06-2025 & 1-12-2025 ONDERHANDEN
Regeling school en Omgeving 2025-2028 RSO-25163 26-06-2025 & 1-12-2025 ONDERHANDEN
Regeling school en Omgeving 2025-2028 RSO-25327 26-06-2025 & 1-12-2025 ONDERHANDEN
Regeling school en Omgeving 2025-2028 RSO-25473 26-06-2025 & 1-12-2025 ONDERHANDEN
Regeling school en Omgeving 2025-2028 RSO-25611 26-06-2025 & 1-12-2025 ONDERHANDEN
Regeling school en Omgeving 2025-2028 RSO-25886 26-06-2025 & 1-12-2025 ONDERHANDEN
Regeling school en Omgeving 2025-2028 RSO-25913 26-06-2025 & 1-12-2025 ONDERHANDEN
Regeling school en Omgeving 2025-2028 RSO-25164 26-06-2025 & 1-12-2025 ONDERHANDEN
Regeling school en Omgeving 2025-2028 RSO-252042 24-09-2025 ONDERHANDEN
Subsidieregeling Beproeven Examenprogramma's 2025 BEP250022 12-05-2025 ONDERHANDEN
Subsidieregeling Beproeven Examenprogramma's 2025 BEP250060 12-05-2025 ONDERHANDEN
Subsidieregeling Beproeven Examenprogramma's 2025 BEP250062 12-05-2025 ONDERHANDEN
Subsidieregeling Beproeven Examenprogramma's 2025 BEP250063 12-05-2025 ONDERHANDEN

ONDERHANDEN = Subsidie loopt nog conform de subsidieverplichtingen. 
JA = De subsidie is afgerond conform subsidieverplichtingen. 
NEE = De subsidie is afgerond in strijd met de subsidieverplichtingen.

G2 Verantwoording van subsidies met verrekeningsclausule

Subsidies G2a

Omschrijving Toewijzing Bedrag van de toewijzing Ontvangen t/m vorig verslagjaar Totale subsidiabele kosten t/m vorig verslagjaar Saldo per 1 januari verslagjaar Ontvangen in verslagjaar Subsidiabele kosten in verslagjaar Te verrekenen per 31 december verslagjaar
KenmerkDatum
Subsidieregeling pilot praktijkgericht programma voor gl en tl (artikel 11 lid 1) GLTL20072 30-11-2020 158.300 158.300 127.037 31.263 - 31.263 -
Subsidieregeling pilot praktijkgericht programma voor gl en tl (artikel 11 lid 1) GLTL20232 30-11-2020 161.982 161.982 131.081 30.901 - 30.901 -
Maatwerkregeling Ventilatie op scholen * VENT-V-230084 29-06-2023 1.755.579 1.755.579 1.445.295 310.284 - 113.680 196.604
Maatwerkregeling Ventilatie op scholen * VENT-V-230092 29-06-2023 303.299 303.299 276.578 26.721 - 26.721 -
Totaal 2.379.160 2.379.160 1.979.991 399.169 - 202.564 196.604

Subsidies G2b

Omschrijving Toewijzing Bedrag van de toewijzing Ontvangen t/m vorig verslagjaar Totale subsidiabele kosten t/m vorig verslagjaar Saldo per 1 januari verslagjaar Ontvangen in verslagjaar Subsidiabele kosten in verslagjaar Saldo per 31 december verslagjaar
KenmerkDatum
Subsidieregeling sterk techniek onderwijs 2025-2028 (artikel 1.15 lid 1) STO24007 30-01-2025 6.906.096 - - - 1.726.524 1.507.931 218.593
Subsidieregeling sterk techniek onderwijs 2025-2028 (artikel 1.15 lid 1) STO24008 30-01-2025 5.395.868 - - - 1.348.967 1.161.478 187.489
Subsidieregeling Techkwadraat 2025-2028 (artikel 1.20 lid 1) TECH25017 12-06-2025 1.045.237 - - - 348.412 12.377 336.035
Subsidieregeling Techkwadraat 2025-2028 (artikel 1.20 lid 1) TECH25055 12-06-2025 3.087.119 - - - 1.029.040 124.029 905.011
Maatwerkregeling Ventilatie op scholen * VENT-V-220035 16-03-2023 1.224.515 1.224.515 - 1.224.515 - - 1.224.515
Totaal 17.658.835 1.224.515 - 1.224.515 4.452.943 2.805.815 2.871.643

* De subsidie Maatwerkventilatie op scholen is in mindering gebracht op de subsidiabele investeringen in de materiële vaste activa in uitvoering.

Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen


Verhuur

In verband met de intensieve samenwerking met NOVA/mbo Maritiem Onderwijs in Harlingen is in 2007 besloten om een nieuw schoolgebouw te realiseren en dat gedeeltelijk te verhuren aan het ROC NOVA College.

Contractueel is vastgelegd dat het ROC NOVA College het gebouw voor een periode van 10 jaar huurt met een optie tot verlengen per 5 jaar. Het NOVA College betaalt een maandelijks vast huurbedrag. Het huidige contract loopt tot 31 augustus 2030. De huurprijs bedraagt circa € 50.000 per kwartaal. 


Huur

Overzicht huurverplichtingen ultimo 2025 inclusief BTW:

Jaarbedrag Resterende looptijd Verplichting Binnen 1 jaar Binnen 1-5 jaar
Huur pand BsB 240.000 4 jaar en 9 maanden 900.000 240.000 60.000
Huur kluisjes 40.000 diverse (2025-2039) 300.000 40.000 260.000
Totaal 1.200.000 280.000 920.000

Huur pand Bestuurs- en Servicebureau
Per 1 oktober 2024 is er een nieuw huurcontract aangegaan aan de Diakenhuisweg te Haarlem tot en met 30 september 2029. De huur bedraagt € 240.000 per jaar inclusief BTW en bevat zowel de huur van het deel van het pand als de parkeerplaatsen.Er is een bankgarantie voor de huur afgegeven van € 40.572 welke hoger is dan de bankgarantie van € 37.572 uit het contract en derhalve ultimo 2025 niet is aangepast.

De resterende looptijd ultimo 2025 is 3 jaar en 9 maanden. De totale verplichting is daarmee € 0,9 miljoen.


Huur kluisjes
Verder heeft Dunamare nog contracten lopen inzake huur van kluisjes die Dunamare ter beschikking stelt aan de leerlingen. Het betreft contracten voor een aantal scholen. In totaal bedraagt dit circa € 40.000 op jaarbasis.


Leaseverplichtingen

Dunamare heeft in totaal drie leaseauto’s beschikbaar gesteld aan personeelsleden. De leasebetalingen worden lineair over de leaseperiode in de staat van baten en lasten verwerkt. De resterende looptijd kan als volgt worden gespecificeerd (bedragen exclusief brandstof).

Overzicht leaseverplichtingen ultimo 2025 inclusief BTW:

Contract Jaarbedrag Resterende looptijd Verplichting Binnen 1 jaar Binnen 1-5 jaar
Contract 1 15.100 44 maanden 55.500 15.100 40.400
Contract 2 12.100 39 maanden 39.500 12.100 27.400
Contract 3 11.800 42 maanden 41.400 11.800 29.600
Totaal 136.400 39.000 97.400

Inkoopverplichtingen

Dunamare onderwijs sluit centraal voor diverse producten en diensten contracten af. Het betreft producten die wij conform de Aanbestedingswet 2012 Europees moeten aanbesteden.

De scholen sluiten zelf de contracten af die niet onder de Aanbestedingswet 2012 vallen en daarmee zijn de scholen zelf verantwoordelijk voor deze contracten. De scholen moeten deze contracten conform het vastgestelde Inkoopbeleid van Dunamare onderwijs afsluiten.

Onderstaand overzicht geeft de onderdelen weer waarvoor Dunamare onderwijs langlopende overeenkomsten heeft afgesloten.

Inkoopverplichtingen

Onderdeel Begindatum Einddatum Looptijd in maanden Resterende looptijd in maanden Contractwaarde per jaar (incl. BTW)
Schoolboeken 01-01-2025 01-01-2029 48 36 4.100.000
Schoonmaak 01-01-2020 31-12-2026 72 12 2.900.000
Energie - elektriciteit 01-01-2024 31-12-2027 48 24 1.000.000
Energie - gas 01-01-2025 31-12-2028 48 36 1.100.000
Afdrukapparatuur 01-07-2024 01-07-2031 84 66 500.000
Communicatiesystemen 04-07-2022 04-07-2026 48 7 320.000
Afval 01-05-2024 30-04-2034 120 100 230.000
Cloud- en netwerkbeheer 08-11-2024 08-11-2026 24 10 150.000
Mobiele telefonie 01-07-2020 01-07-2026 72 6 110.000
Accountant 19-08-2020 19-08-2026 72 8 115.000
Totaal 10.525.000

Investeringsverplichtingen

Naast de inkoopverplichtingen heeft Dunamare onderwijs ook een aantal investeringsverplichtingen ten aanzien van grote lopende (ver)bouwprojecten lopen ultimo 2025, waaronder: uitbreiding, verduurzaming en optimalisatie Montessori College Aerdenhout. Betreft nog te factureren termijnen van circa € 7 miljoen euro in 2026 en verder.

Vlaggen aan de wand

Financiële instrumenten


Algemeen

Dunamare maakt in de normale bedrijfsuitoefening gebruik van uiteenlopende financiële instrumenten die de instelling blootstelt aan markt-, rente-, kasstroom-, krediet- en liquiditeitsrisico. De stichting is alleen werkzaam in Nederland en loopt geen valutarisico’s. Ook heeft de stichting geen beleggingen en loopt zij derhalve ook geen prijsrisico’s hierop.

Om deze risico’s te beheersen, heeft de instelling een beleid inclusief een stelsel van limieten en procedures opgesteld om de risico’s van onvoorspelbare ongunstige ontwikkelingen op de financiële markten en daarmee de financiële prestaties van de entiteit te beperken. De instelling zet afgeleide financiële instrumenten uitsluitend in om renterisico’s te beheersen.


Kredietrisico

Dunamare loopt kredietrisico over handels- en overige vorderingen en liquide middelen. Het maximale kredietrisico dat Dunamare loopt bedraagt € 48,6 miljoen, bestaande uit de vorderingen exclusief vooruitbetaalde kosten (€ 4,6 miljoen) en de liquide middelen (€ 43,9 miljoen).

Het kredietrisico op de liquide middelen wordt beperkt geacht.


Het kredietrisico op vorderingen is geconcentreerd bij meerdere tegenpartijen (of economisch verbonden tegenpartijen). Met de partijen waar we een relatief hoge vordering op hebben ultimo 2025 hebben wij lange relaties; zij hebben altijd aan hun betalingsverplichtingen voldaan.

De vorderingen exclusief vooruitbetaalde kosten bestaan voornamelijk uit vorderingen op debiteuren en overige overheden. De kredietkwaliteit van deze vorderingen kan als volgt worden weergegeven:
2025:   € 4,6 miljoen
2024:   € 2,8 miljoen

Tegenpartij (relatie langer dan 6 maanden) zonder kredietverliezen in het verleden.

Dunamare heeft in het boekjaar geen bijzondere waardeverminderingen verwerkt op de vorderingen (2024: idem).


Mitigerende aspecten

De liquide middelen worden per maart 2020 middels Schatkistbankieren bij het Ministerie van Financiën aangehouden. Daarbij is er sprake van een zeer beperkt kredietrisico.

De restant liquide middelen zijn bij een Nederlandse systeembank geplaatst. Deze bank (Rabobank) kent een long term rating van A+ op basis van S&P ultimo 2025 voor de langetermijnmarkt. Het bestuur acht het kredietrisico hierover aanvaardbaar.


Renterisico en kasstroomrisico

De entiteit loopt renterisico over de rentedragende vorderingen en schulden. Voor vorderingen en schulden met variabel rentende renteafspraken loopt de entiteit risico ten aanzien van toekomstige kasstromen en met betrekking tot vastrentende leningen reële waarde risico. Dit risico is echter beperkt aangezien er geen langlopende schulden ultimo 2025 zijn met een variabele rente. Tevens staan geen afgeleide instrumenten uit per ultimo 2025.


Liquiditeitsrisico

De entiteit bewaakt de liquiditeitspositie door middel van opvolgende liquiditeitsbegrotingen. Het College van Bestuur ziet erop toe dat voor de instelling steeds voldoende liquiditeiten beschikbaar zijn om aan de verplichtingen te kunnen voldoen en dat tevens voldoende financiële ruimte onder de beschikbare faciliteiten beschikbaar blijft om aan de verplichtingen te voldoen.


Mitigerende maatregelen

De instelling ziet erop toe dat er voldoende opvraagbare tegoeden zijn om gedurende een periode van 60 dagen de verwachte operationele kosten te dekken, inclusief het voldoen aan de financiële verplichtingen. Hierin is geen rekening gehouden met het eventuele effect van extreme omstandigheden die redelijkerwijs niet kunnen worden voorspeld, zoals natuurrampen.


Reële waarde

De reële waarde van in de balans opgenomen financiële instrumenten verantwoord onder kasmiddelen, kortlopende vorderingen en kortlopende schulden benadert de boekwaarde daarvan.

leerlingen kijken in camera

Toelichting op de staat van baten en lasten

3.1 Rijksbijdragen

2025   Begroting 2025   2024  
Rijksbijdragen OCW164.565.798155.411.478155.372.943
Overige subsidies OCW11.564.81112.333.75911.239.245
Ontvangen doorbetalingen Rijksbijdrage SWV18.300.06615.859.05617.885.372
Rijksbijdragen194.430.676183.604.293184.497.560
Geoormerkte subsidies2.888.9604.757.8633.334.984
Niet-geoormerkte subsidies8.675.8517.575.8967.904.261
Overige subsidies OCW11.564.81112.333.75911.239.245

De totale rijksbijdragen van € 194 miljoen zijn € 10 miljoen hoger dan over 2024.

De rijksbijdragen OCW van € 164 miljoen zijn € 9 miljoen hoger dan over 2024 en de afwijkingen bestaan uit:

  • hogere personele bekostiging VO en VSO door de CAO-stijging van circa € 7 miljoen;
  • hogere bekostiging nieuwkomers door tarieven en aantallen € 0,5 miljoen.


De hogere realisatie ten opzichte van de begroting 2025 ontstaat doordat tijdens het opstellen van de schooljaarbegrotingen 2024/2025 en 2025/2026 niet alle effecten van de bekostiging bekend waren.


De overige subsidies OCW (geoormerkt en niet-geoormerkt) van € 11,5 miljoen zijn iets lager dan begroot (min € 0,8 miljoen) maar wel in lijn met 2024.


De doorbetalingen van het samenwerkingsverband zijn stabiel gebleven met € 18 miljoen.
Schoolleiders zijn voorzichtig geweest met het begroten van subsidies en inkomsten uit samenwerkingsverbanden waarover nog geen definitieve vaststelling had plaatsgevonden waardoor de realisatie circa € 3 miljoen hoger is dan begroot.

3.2 Overige overheidsbijdragen en -subsidies

2025   Begroting 2025   2024  
Overige overheidsbijdragen---
Gemeentelijke bijdragen en subsidies3.536.1951.662.0762.209.465
Totaal Overige overheidsbijdragen en -subsidies3.536.1951.662.0762.209.465

In de overige overheidsbijdragen en - subsidies zijn de bijdragen vanuit de gemeenten verantwoord; deze vergoedingen hebben met name betrekking op WOZ-heffingen en huurkosten.

De realisatie van de overige overheidsbijdragen en subsidies ligt hoger dan de begroting 2025 en de realisatie over 2024. De realisatie 2025 is hoger doordat de bijdrage van de gemeente Haarlemmermeer in de noodstroomvoorziening van de bouw van Avantis College en Rietland College niet was begroot (circa € 0,9 miljoen euro) en niet in 2024 aanwezig was.

3.5 Overige baten

2025   Begroting 2025   2024  
Verhuur366.001450.187425.049
Detachering personeel233.858393.675262.206
Ouderbijdragen3.919.3943.529.0223.760.519
Projectgelden1.635.0121.048.0061.788.755
Kantine verkopen243.418163.438219.135
Kluisjesverhuur-1.2299.3592.592
Overdrachtsmiddelen leerlingen153.223164.675275.671
Overige1.744.068367.0211.321.304
Overige3.774.4911.752.4993.607.458
Totaal8.293.7446.125.3828.055.232

De overige baten liggen in lijn met 2024 en zijn iets hoger dan voorgaand jaar.

4.1 Personeelslasten

2025   Begroting 2025   2024  
Brutolonen en salarissen114.991.207112.329.274108.017.926
Sociale lasten16.447.51513.820.61015.741.205
Pensioenpremies16.311.53715.460.89815.366.304
Lonen en salarissen147.750.258141.610.781139.125.435
Mutatie personele voorzieningen-48.5412.927.1881.310.458
Personeel niet in loondienst5.267.5452.311.5425.327.865
Scholing personeel2.058.8232.144.7461.979.168
Overig2.706.7762.438.4292.519.568
Overige personele lasten10.084.6039.821.90511.137.060
Af: Uitkeringen-1.574.291-468.039-1.380.431
Totaal156.260.571150.964.647148.882.063

De personele lasten van € 156 miljoen zijn € 8 miljoen hoger dan over 2024 en de grootste afwijkingen bestaan uit:

  • een hogere gemiddelde personele last n.a.v. nieuwe CAO, waaronder de oktobertoelage.


De personele lasten zijn € 5 miljoen hoger dan de begroting 2025 en de grootste afwijkingen zijn:

  • Een hogere gemiddelde personele last n.a.v. nieuwe CAO (circa € 6 miljoen t.o.v. begroting);
  • Hogere kosten inhuur personeel van € 3 miljoen meer (onder andere door inzet door personeelstekort), maar ook juist een lagere mutatie personele voorzieningen van circa € 3 miljoen minder);
  • Hogere beschikte uitkeringen á € 1 miljoen. De scholen begroten deze uitkeringen jaarlijks erg voorzichtig en er vooraf niet altijd goed in te schatten is voor hoeveel medewerkers dit zal gaan gelden.


Aantal medewerkers

Gedurende het jaar 2025 waren er gemiddeld 1.468 fte (2024: 1.455 fte) in dienst van Dunamare onderwijs, welke allen werkzaam zijn in Nederland.

De onderverdeling van het aantal fte is als volgt:

Aantal medewerkers (fte)

  2025 2024
Directie en management 26 25
Onderwijs ondersteunend personeel 515 502
Onderwijzend personeel 927 928
Totaal 1.468 1.455

Bezoldiging van bestuurders en toezichthouders



Wet normering topinkomens (WNT)

De WNT is van toepassing op Dunamare onderwijs. Het WNT-maximum is bepaald op basis van een aantal criteria. Deze criteria betreffen totale baten, aantal leerlingen/studenten en aantal gewogen onderwijssoorten. Het voor Dunamare onderwijs toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2025 €246.000 (2024: € 233.000), zijnde het bezoldigingsmaximum voor het onderwijs, klasse G. De Raad van Toezicht heeft in haar vergadering van 1 december 2025 ook deze indeling van Dunamare onderwijs in klasse G vastgesteld. 


De complexiteitspunten per criterium:

Criterium Complexiteitspunten
Driejaarsgemiddelde van de totale baten per kalenderjaar: 9
Driejaarsgemiddelde van het aantal bekostigde leerlingen: 4
Het gewogen aantal onderwijssoorten of sectoren: 5
Totaal aantal complexiteitspunten 18

Het weergegeven toepasselijke WNT-maximum per persoon of functie is berekend naar rato van de omvang (en voor topfunctionarissen tevens de duur) van het dienstverband, waarbij voor de berekening de omvang van het dienstverband nooit groter kan zijn dan 1,0 fte. Uitzondering hierop is het WNT-maximum voor de leden van Raad van Toezicht; dit bedraagt voor de voorzitter 15% en voor de overige leden 10% van het bezoldigingsmaximum. In verslagjaar 2025 is de WNT norm niet overschreden, zoals blijkt uit onderstaande toelichting.

1a. Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling

Gegevens 2025
bedragen x € 1 H.H. Post A.L. van Loenen
FunctiegegevensVoorzitter college van bestuurLid college van bestuur
Aanvang en einde functievervulling in 20251/1 - 31/121/1 - 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)11
Dienstbetrekking?JaJa
Bezoldiging
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen205.146190.443
Beloningen betaalbaar op termijn23.63423.577
Subtotaal228.780214.020
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum246.000246.000
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedragN.v.t.N.v.t.
Bezoldiging228.780214.020
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaanN.v.t.N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betalingN.v.t.N.v.t.
Gegevens 2024
bedragen x € 1 H.H. Post A.L. van Loenen
FunctiegegevensVoorzitter college van bestuurLid college van bestuur
Aanvang en einde functievervulling in 20241/1 - 31/121/1 - 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)11
Dienstbetrekking?JaJa
Bezoldiging
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen193.030181.370
Beloningen betaalbaar op termijn23.66023.611
Subtotaal216.690204.981
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum233.000233.000
Bezoldiging216.690204.981

1b. Leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking in de periode kalendermaand 1 t/m 12 in 2025


Voor het verslagjaar 2025 is dit onderdeel van de WNT niet van toepassing bij Dunamare onderwijs.

1c. Toezichthoudende topfunctionarissen

Gegevens 2025
bedragen x € 1 A.J.J. Buwalda A.J.J. Buwalda R.H. Dubbeldeman R.H. Dubbeldeman S. Haringa R.K. van Rijn J.S. Duttenhofer B. Gün D.H. Nelisse  
Functiegegevens Lid Voorzitter Voorzitter Lid Lid Lid Lid Lid Lid  
Aanvang en einde functievervulling in 2025 5/6 - 30/6 1/7 - 31/12 1/1 - 30/6 1/7 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12  
           
Bezoldiging  
Bezoldiging 795 6.919 8.303 6.919 11.070 11.070 11.070 11.070 11.070  
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 1.752 18.602 18.298 12.401 24.600 24.600 24.600 24.600 24.600  
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.  
Bezoldiging 7.714   15.221   11.070 11.070 11.070 11.070 11.070  
           
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.  
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.  
Gegevens 2024
bedragen x € 1       R.H. Dubbeldeman S. Haringa R.K. van Rijn J.S. Duttenhofer B. Gün D.H. Nelisse F.C. Azimullah
Functiegegevens       Voorzitter Lid Lid Lid Lid Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2024       1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 15/3 - 31/12 1/1 - 20/4
           
Bezoldiging      
Bezoldiging       15.728 10.485 10.485 10.485 10.485 8.738 3.494
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum       34.950 23.300 23.300 23.300 23.300 18.589 7.066

1d. Topfunctionarissen met een totale bezoldiging van € 2.100 of minder

Voor het verslagjaar 2025 is dit onderdeel van de WNT niet van toepassing bij Dunamare onderwijs.



1e. Topfunctionaris met een totale bezoldiging van meer dan € 2.100

Voor het verslagjaar 2025 is dit onderdeel van de WNT niet van toepassing bij Dunamare onderwijs.



1f. Topfunctionaris met een totale bezoldiging van meer dan € 2.100 waarop de anticumulatiebepaling van toepassing is

Voor het verslagjaar 2025 is dit onderdeel van de WNT niet van toepassing bij Dunamare onderwijs.



1g. Topfunctionaris met een totale bezoldiging van € 2.100 of minder waarop de anticumulatiebepaling van toepassing is

Voor het verslagjaar 2025 is dit onderdeel van de WNT niet van toepassing bij Dunamare onderwijs.



2. Uitkeringen wegens beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen

Voor het verslagjaar 2025 is dit onderdeel van de WNT niet van toepassing bij Dunamare onderwijs.



3. Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT

Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2025 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen.

4.2 Afschrijvingen op (im)materiële vaste activa

2025 Begroting 2025 2024
Immateriële vaste activa34.65964.82868.858
Materiële vaste activa6.668.1107.178.9716.016.575
Boekwaarde desinvesteringen544.43036.548364.354
Totaal7.247.2007.280.3476.449.787

4.3 Huisvestingslasten

2025 Begroting 2025 2024
Huur1.590.8501.292.3372.020.721
Verzekeringen-8.542-
Onderhoud2.058.0242.177.1172.095.884
Energie en water2.626.3812.907.2053.127.067
Schoonmaakkosten3.554.8873.193.5493.324.191
Heffingen1.034.184825.601863.507
Overige2.010.788393.490565.948
Totaal12.875.11310.797.84011.997.318

De huurkosten zijn gedaald als gevolg van realisatie van een nieuwe schoolgebouw voor het Avantis College en Rietland College.

De overige huisvestingslasten zijn flink gestegen doordat hier de kosten van de noodstroomvoorziening voor het nieuwe gebouw van het Avantis College en het Rietland College zijn opgenomen (circa 1,3 miljoen euro eigen kosten) als gevolg van het ontbreken van een aansluiting op het vaste stroomnet.

4.4 Overige lasten

2025   Begroting 2025   2024  
Administratie- en beheerslasten5.064.7483.255.7344.171.215
Inventaris, apparatuur en leermiddelen11.976.09010.237.99211.638.954
Wervingskosten 694.331588.292639.816
Representatiekosten 233.893132.494145.904
Kantinekosten 212.197113.083199.290
Schoolactiviteiten 3.847.4833.406.4673.617.519
Contributies/abonnementen736.399457.561675.516
Verzekeringen 500.311417.118525.905
Kosten leerlingkluisjes93.75092.338176.689
Projectgelden1.271.9002.664.293770.961
Overdrachtsgelden leerlingen1.765.8981.071.0522.020.944
Kosten schepen483.996474.542450.189
Kosten transportmiddelen233.975142.861140.014
Sterk Techniek onderwijs1.534.2463.274.0361.983.621
Overig341.663-56.306315.793
11.950.04312.777.83111.662.162
Totaal28.990.88126.271.55727.472.331

De schoolactiviteiten 2025 bestaan uit schoolreizen, werkweken en excursies. Deze lasten vertonen een stabiel beeld t.o.v. 2024, maar wel licht gestegen door prijsstijgingen welke niet te voorkomen waren en wij voor de leerlingen de geplande activiteiten willen door laten gaan.

De projectgelden zijn gestegen t.o.v. 2025 door het starten van diverse projecten op het gebied van taal en rekenen en dashboard doorontwikkeling. De projecten bleven nog wel achter op de begroting vanwege het doorschuiven van een aantal projecten, alsmede de tekorten om de projecten uit te kunnen voeren.

Daarnaast zijn de administratie- en beheerslasten onverwachts gestegen door het uitvoeren van enkele onderzoeken n.a.v. schoolontwikkelingen in 2025.  

Accountantshonoraria - De volgende honoraria (inclusief btw) zijn ten laste gebracht van de stichting zoals bedoeld in artikel 2:382a lid 1 en 2 BW:

2025 2024
Controle jaarverslag 2024 (incl. bekostiging)-111.320
Controle jaarverslag 2025 (incl. bekostiging)115.555-
Andere controlewerkzaamheden11.91917.379
Fiscale advisering--
Niet-controlediensten--
Totaal127.474128.699

De werkzaamheden zijn uitgevoerd door Flynth B.V. voor de controlewerkzaamheden 2025 en 2024, alsmede de andere controlewerkzaamheden.

5. Financiële baten en lasten

2025 Begroting 2025 2024
Rentebaten 1.105.421500.0001.901.482
Rentelasten 9.284--
Totaal1.096.137500.0001.901.482

In 2025 is er sprake van hoger dan verwachte rentebaten door de hogere huidige rentestanden die afwijken van de economische situatie ten tijde van het opstellen van de begroting. De rentebaten 2025 betreffen met name de ontvangen rente op de rekening Schatkistbankieren.

Receptie Dunamare

Verbonden partijen

Model E: verbonden partijen

Naam Juridische vorm Statutaire zetel Code activiteiten Eigen vermogen 31-12-2024 Resultaat jaar 2024 (t-1) Totale baten 2024 (t-1) Art. 2:403 BW
EUREUREURJa/Nee
Vereniging Samenwerkingsverband VO Zuid-Kennemerland Vereniging Haarlem 4 - Overig 2.071.886 681.690 32.887.414 Nee
Stichting VO Samenwerkingsverband Amstelland en de Meerlanden Stichting Aalsmeer 4 - Overig 1.688.894 -174.765 29.243.964 Nee
Stichting VO Samenwerkingsverband Passend Onderwijs Fryslân-Noard Stichting Leeuwarden 4 - Overig 704.114 22.349 26.317.854 Nee

Omdat de gegevens over het boekjaar 2025 van de partijen nog ontbreken is ervoor gekozen de gegevens van 2024 (t-1) op te nemen in het overzicht verbonden partijen.

Gebeurtenissen na balansdatum


Er hebben geen gebeurtenissen na balansdatum plaatsgevonden.



Statutaire regeling omtrent de resultaatbestemming


De statuten van Dunamare bevatten geen regeling omtrent de resultaatbestemming.